|
|
|
 |
maak je eigen
krant in MS Office progamma Word 2003
bij veel
opleidingen heb je de mogelijkheid om stage te
lopen. Een stage is een goede gelegenheid om te
kijken of je de theorie die je leert ook kunt
gebruiken in de praktijk. Over je stage ga je
vertellen in deze krant. |
| |
Onder dit kopje je
zelfportret
Natuurlijk komt er op de voorpagina
een kennismaking van jezelf, met een
mooie foto erbij. Stel jezelf voor
vertel
welke opleiding je volgt, in welke
klas je zit, waar je stage loopt en
op welke afdeling/klas, etc
 |
| |
Een
(in)pakkende titel
Begin met de inleiding
Hierin vertel je de
lezer, welk onderwerp je
hebt gekozen en
waarom je deze keuze
maakte. Gebruik vette
letters voor de
inleiding. Maak de
letters wat groter dan
de rest.
Na de inleiding komt het
middenstuk - kern. In
dit deel komt het
hoofdverhaal. Tenslotte komt het einde
van jouw verhaal. Gebruik de
spellingcontrole ,deze
zit op je tekstverwerker
in de
menubalk Extra', om
taalfouten te vermijden.
Lees de tekst goed
door.
Gmenu

|
|
|
|
Waarom
kranten eruitzien zoals ze eruitzien
Onder
opmaak (vaak met het Engelse lay-out
aangeduid) wordt verstaan hoe de
opbouw van een (grafisch) ontwerp er
visueel uit ziet. Het gaat dan om
het lettertype, kleur, de positie op
de pagina, de indeling van de
kolommen, beeldmateriaal waar de
afbeeldingen staan, enzovoorts.
|
 |
| |
EEN INTERVIEW HOUDEN
Het is belangrijk om
van te voren vragen te maken. Dan
vergeet je niets en dan sta je niet
met je mond vol tanden. De volgorde
kun je ook aangeven: zorg dat er een
logische volgorde in zit. Houd
steeds in de gaten wat het doel is
van je interview. Je leidt de
geïnterviewde als het ware via je
vragen naar dat doel. Vraag je van
te voren ook af hoe het gesprek zou
kunnen verlopen, dan kom je minder
gauw voor verrassingen te staan. Het
is verstandig om wat vragen achter
de hand te houden voor het geval het
gesprek een heel andere kant uit
gaat. Je kunt dan twee dingen doen:
het gesprek laten gaan zoals de
persoon aangeeft of door het stellen
van een reservevraag het gesprek
terugleiden naar je eigen opzet.
openingsvragen en inhaakvragen
Bij de openingsvragen stelt de
interviewer het onderwerp en de
vraag aan de orde. Na het antwoord
hierop volgen de inhaakvragen. Een
inhaakvraag is dus een vraag naar
aanleiding van een antwoord op een
vorige vraag. Inhaakvragen kun je
niet voorbereiden, omdat je niet van
tevoren kunt weten wat de
geïnterviewde gaat antwoorden. Wel
kun je een aantal openingsvragen
opstellen. Stel zo veel mogelijk
open vragen d.w.z. vragen waarop
niet alleen met ja of nee geantwoord
kan worden. Vragen waarop alleen met
ja of nee geantwoord kunnen worden
heten gesloten vragen Houd daarbij
in de gaten dat het succes van het
interview niet bepaald wordt door
het van tevoren bedenken van een
enorme lijst met vragen, maar dat
het de kunst is om je te beperken
tot enkele onderwerpen en die door
inhaakvragen verder uit te diepen.
Om misverstanden te voorkomen kun je
de vragen het beste zo kort mogelijk
formuleren. Na de voorbereiding kun
je op pad om je interview te gaan
houden. Dat kan echter niet door
zomaar je vragen te stellen. Je moet
ook letten op de sociale relatie die
je hebt met degene die je gaat
ondervragen. De relatie moet goed
zijn. Er moet een gevoel van
vertrouwen en veiligheid zijn,
anders is de geïnterviewde minder
bereid om je vragen te beantwoorden.
De sociale relatie met iemand kun je
opbouwen door eerst even een
praatje, over wat algemenere dingen
te maken. De informatie uit zo'n
gesprekje kun je misschien ook weer
gebruiken als inleiding voor je
interviewverslag. Een ander voordeel
van zo'n gesprekje is dat de
geïnterviewde vast kan wennen aan
een situatie met een notitieblok of
cassetterecorder.
Het kunnen luisteren is erg
belangrijk. Er zijn twee vormen van
luisteren die je tijdens het
interview moet hanteren:
zwijgen en actief luisteren
Het gaat erom wat de geïnterviewde
te zeggen heeft, om zijn mening.
Zelf niets overbodigs zeggen is dus
erg belangrijk.
Een geïnterviewde zegt niet altijd
wat hij bedoelt, doordat hij zich
niet goed uitdrukt of doordat hij
niet zo snel de juiste woorden
vindt. Door actief te luisteren en
niet meteen aan de volgende vraag te
denken, ontdek je deze halve of
verkeerde antwoorden. Vraag dan door
het stellen van een inhaakvraag om
nadere toelichting, bijvoorbeeld:
Wat bedoelt u daar precies mee?
Hoezo? Waarom vindt/denkt u dat?
|
Tekstsoort |
Tekstdoel |
Voorbeeld |
|
Informatief |
informatie
geven |
nieuwsbericht
in de krant |
|
instructief |
instructie, uitleg geven |
gebruiksaanwijzing, recept
bijsluiter |
|
persuasief
(overtuigend) |
iemand ergens van overtuigen |
reclameteksten |
|
activerend |
iemand tot
actie aanzetten |
advertentie,
affiche van een actiegroep (bijv.
greenpeace politieke partij) |
|
diverterend
(vermakend) |
iemand
amuseren, vermaken |
(strip)verhaal, roman |
|
expressief |
de schrijver
drukt zijn gevoelend uit |
gedichten,
dagboeken, auto-biografie |

Gmenu |
|
|
| |
|
 |
| |

Openen >> |
| |
|

Openen >> |
| |
|
SCHRIJVEN
Artikel
Hierin wordt achtergrond informatiegegeven, een
situatie geschetst, argumenten genoemd, dilemmas
gegeven en conclusies getrokken. Bovendien vind je
hier de mening van de schrijver in terug.
Bericht
Een bericht is een afgeronde hoeveelheid informatie
(met een begin en een eind) die van een verzender
naar een ontvanger verstuurd wordt.
Column
Een column gaat meestal over onderwerpen die de
schrijver (columnist) aan het hart gaan. Meestal
gaat het om artikelen waarop de columnist stevige
kritiek levert op actuele zaken. Hij doet dit
meestal op een ironische manier maar wel met
argumenten en tegenstellingen. De columnist maakt
veel vergelijkingen en somt de problemen op om zijn
gelijk te halen.
Gmenu
 |
Verslag
Je kunt voor
de uitwerking van de gegevens kiezen uit drie
mogelijkheden:
vraag antwoord verslag
vragen die je stelde noteren en achter elke
vraag het antwoord zetten. Zorg hierbij voor een
duidelijk onderscheid tussen de vraag en het
antwoord. Stel zo weinig mogelijk gesloten vragen
(vragen waarop alleen met ja of nee geantwoord kan
worden).
doorlopend verslag
Je laat alle vragen weg en maakt een doorlopend
verslag van het hele gesprek. Je hoeft niet de
volgorde van de vragen aan te houden. Je zet
onderdelen die bij elkaar horen bij elkaar. Boven
deze onderdelen kun je met een 'tussenkopje'
aangeven waarover die stukjes gaan
gecombineerd
verslag
Een
combinatie van 1 en 2. De belangrijkste vragen
herhaal je in het verslag, de andere vragen verwerk
je bij deze hoofdvragen in een doorlopend verhaal.
Gmenu
|
BIJ ALLE VORMEN IS
HET BELANGRIJK DAT JE VERSLAG EEN 'KOP' EN EEN
'STAART' HEEFT. DAT WIL ZEGGEN EEN INLEIDING, EEN
KERN EN EEN SLOT.
In de inleiding geef je aan wie de
geïnterviewde is, wat het doel is van het interview
en hoe je geprobeerd hebt het doel te bereiken. (Het
is ook altijd leuk om te schrijven hoe de sfeer was
tijdens het gesprek en hoe je sociale relatie met de
geïnterviewde is)
In de kern geef je een weergave van de vragen
en antwoorden op één van de manieren die hierboven
beschreven zijn.
In het slot formuleer je een conclusie of
geef je een korte samenvatting van het interview.
 |
|
|